
De Stichting van Arbeid acht het van groot belang dat alle werknemers pensioen opbouwen. In het Pensioenakkoord van 2019 is onder meer afgesproken dat sociale partners met een plan komen om te zorgen dat meer werknemers pensioen gaan opbouwen.
Uit een CBS-onderzoek bleek namelijk dat het aantal werknemers dat geen pensioen opbouwt (de zogenaamde ‘witte vlek’) groter is dan tot voor kort werd verondersteld. In 2020 presenteerde de Stichting haar Actieplan met allerlei acties en maatregelen die niet alleen de inzet van cao-partijen vragen maar ook van andere partijen zoals de pensioenuitvoerders, de Kamer van Koophandel en de overheid.
In februari 2023 heeft de Stichting een brief gestuurd aan decentrale partijen die betrokken zijn bij het arbeidsvoorwaardelijk overleg met een oproep om zich in te zetten om het aantal werknemers dat geen pensioen opbouwt te verminderen. De bij de Stichting aangesloten werkgevers- en werknemersorganisaties hebben zich ten doel gesteld de witte vlek ultimo 2027 te halveren en decentrale partijen spelen daarbij een belangrijke rol.
In maart 2024 is naar de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen een voortgangsrapportage gestuurd over de stand van zaken met betrekking tot de uitwerking van 22 actiepunten uit het door de Stichting van de Arbeid in 2020 opgestelde (aangescherpte) Aanvalsplan witte vlek. Inmiddels zijn er nieuwe CBS-gegevens verschenen over de witte vlek onder werknemers. Deze is afgenomen van 13,5% in 2019 naar 10,6% in 2022. Onder meer de door cao-partijen in de uitzendbranche afgesproken reductie van de wachttijd van 26 weken naar 8 weken heeft hier een belangrijk aandeel in.